ECLI:NL:GHAMS:2006:AW3533
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Bijlsma
- J.W.M. Tijnagel
- J.J.A.M. Kennis
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt indeling glaswerk onder post 7020 en vernietigt navordering douanerechten
Belanghebbende, een douane-expediteur, had in 1998 aangiften gedaan voor invoer van glasproducten die als niet-elektrische verlichtingstoestellen waren aangegeven onder post 9405 50 00 van het Gemeenschappelijk douanetarief (GDT). De inspecteur stelde echter dat deze goederen niet als verlichtingstoestellen konden worden beschouwd en classificeerde ze onder post 7013, wat leidde tot een navordering van douanerechten.
Tijdens de procedure betoogde belanghebbende dat de goederen, waaronder glazen onderzetters en votiefhouders, wel degelijk als verlichtingstoestellen moesten worden aangemerkt. Het hof oordeelde dat de artikelen niet waren ontworpen om een kaars op een vaste plaats te houden, een essentieel kenmerk van verlichtingstoestellen onder post 9405. De votiefhouders ontbraken een uitsparing of pin om een kaars te fixeren, en de onderzetters waren multifunctioneel en niet specifiek voor kaarsgebruik.
Het hof stelde vast dat de goederen niet onder post 7013 konden worden ingedeeld vanwege het ontbreken van decoratieve kenmerken en dat post 7020 00 80, een restpost voor ander glaswerk, de juiste classificatie was. Tevens werd het beroep op artikel 220, tweede lid, onderdeel b, van het Communautair douanewetboek (CDW) afgewezen, omdat de douane zich niet had vergist bij de aangiften. De navordering werd echter verminderd tot € 574,91 op basis van de juiste tariefpost.
De Douanekamer veroordeelde de inspecteur in de proceskosten en wees het griffierecht aan belanghebbende toe. De uitspraak bevestigt het belang van correcte goederencodering en de toepassing van communautaire en nationale rechtsbeginselen bij douanezaken.
Uitkomst: De navordering van douanerechten wordt verminderd en de goederen worden ingedeeld onder post 7020 00 80 van het GDT.