ECLI:NL:GHAMS:2006:AX1177
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.M.C. Tilleman
- M. Wigleven
- M. Perfors
- Rechtspraak.nl
Machtiging bewindvoerder voor vaststelling ouderlijke boedelverdeling ondanks geestelijke onbekwaamheid rechthebbende
In deze zaak betreft het een hoger beroep tegen de weigering van de kantonrechter om een machtiging te verlenen aan de bewindvoerder van een geestelijk beperkte rechthebbende. De bewindvoerder wilde namens de rechthebbende instemmen met een conceptakte tot vaststelling van de ouderlijke boedelverdeling na het overlijden van hun vader.
De rechthebbende is vanwege haar geestelijke toestand niet in staat haar vermogensrechtelijke belangen zelf waar te nemen. De bewindvoerder, tevens haar broer, vroeg machtiging op grond van artikel 1:441 BW Pro om namens haar de akte te passeren. De kantonrechter wees dit verzoek af, omdat de akte zou afwijken van de erfopvolging bij versterf en de rechthebbende daardoor minder zou ontvangen dan haar legitieme portie.
Het hof oordeelt echter dat de vaststelling van de vordering van de rechthebbende op haar moeder geen loutere beheershandeling is, zodat een machtiging vereist is. Het hof stelt vast dat de rechthebbende niet in staat is toestemming te geven, maar dat haar rechten op de legitieme portie niet worden beperkt door de akte. Ook is geen sprake van zodanige belangenverstrengeling dat zij nadeel zou ondervinden. Daarom vernietigt het hof de beschikking van de kantonrechter en verleent alsnog de gevraagde machtiging.
Uitkomst: Het hof verleent de bewindvoerder machtiging om namens de geestelijk beperkte rechthebbende in te stemmen met de vaststelling van de ouderlijke boedelverdeling.