ECLI:NL:GHAMS:2006:AX2428
Gerechtshof Amsterdam
- Verwijzing na Hoge Raad
- O.B. Onnes
- P.M.F. van Loon
- P.F. Goes
- Rechtspraak.nl
Bestemming en waardering van proefbanen en aanverwante werken als onroerende zaken
Na verwijzing door de Hoge Raad heeft het Gerechtshof Amsterdam beoordeeld of proefbanen voor funderingstechnieken, inclusief een brug, heipalen en hekwerk, als onroerend moeten worden aangemerkt. Het hof stelde vast dat deze werken naar aard en inrichting bestemd waren om duurzaam ter plaatse te blijven en dat deze bestemming naar buiten kenbaar was. Er waren geen aanwijzingen dat de belanghebbende de werken slechts tijdelijk met de grond wilde verenigen.
De proefbanen, brug en hekwerk werden dus als duurzaam met de grond verenigd beschouwd en daarmee onroerend in de zin van artikel 3:3 BW Pro. Het hof hoefde daarom niet te beoordelen of de werken ook bestanddeel van de grond waren volgens artikel 3:4 lid 2 BW Pro. Verder oordeelde het hof dat de proefbanen niet vielen onder de vrijstelling voor banen voor openbaar vervoer per rail in de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten.
Voor de waardebepaling werd rekening gehouden met technische en functionele veroudering, aangezien de werken in mei 1998 waren voltooid en in september 2000 buiten gebruik werden gesteld. De vervangingswaarde werd met 25% verlaagd. De waarde van de objecten werd vastgesteld op respectievelijk € 780.161 en € 1.098.034. De gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 2.146,92. De uitspraak werd op 12 mei 2006 gedaan door het hof te Amsterdam.
Uitkomst: De werken zijn onroerend, de waarde wordt vastgesteld met correctie voor veroudering en de gemeente wordt veroordeeld in proceskosten.