ECLI:NL:GHAMS:2006:AX6262
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op zelfstandigenaftrek en startersaftrek bij toetreding tot maatschap na dienstbetrekking
Belanghebbende was tot augustus 2000 in dienstbetrekking bij C B.V. en trad daarna in dienst bij maatschap D. Per 31 december 2000 trad hij toe tot de maatschap als vennoot. Hij claimde zelfstandigenaftrek en startersaftrek over het jaar 2000, inclusief de periode waarin hij nog in dienstbetrekking werkte.
Het Hof oordeelt dat de uren die belanghebbende in dienstbetrekking werkte niet meetellen voor het urencriterium van de zelfstandigenaftrek, omdat hij toen nog geen onderneming voor eigen rekening en risico dreef. De arbeidsovereenkomst en de feitelijke omstandigheden bevestigen het bestaan van een dienstbetrekking in die periode.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de inspecteur terecht de aftrek heeft geweigerd en de trage afhandeling van de aangifte geen aanleiding geeft tot afwijking van de juiste wetstoepassing. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 2000 wordt ongegrond verklaard en de zelfstandigenaftrek en startersaftrek worden geweigerd.