ECLI:NL:GHAMS:2006:AX8422
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- N.A.M. Schipper
- J.C.W. Rang
- P.J.N. van Os
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid klacht tegen notaris wegens verjaring
Mevrouw X diende een klacht in tegen notaris Y wegens vermeende onzorgvuldigheid bij de afhandeling van een alimentatieafkoopsom in het kader van haar echtscheiding. Zij stelde dat de notaris had nagelaten de afkoopsom te storten bij een verzekeringsmaatschappij, waardoor zij fiscale nadelen leed. De klacht werd door de kamer van toezicht niet-ontvankelijk verklaard omdat deze te laat was ingediend, meer dan drie jaar na het moment waarop mevrouw X kennis had kunnen nemen van het handelen van de notaris.
In hoger beroep betoogde mevrouw X dat de verjaring pas in maart 2003 was begonnen omdat zij door omstandigheden eerder niet in staat was haar belangen te behartigen en haar raadsman haar niet had gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een klacht. Het hof overwoog echter dat de termijn van drie jaar in artikel 99 lid 12 Wna Pro een vervaltermijn is en niet kan worden gestuit zoals een verjaringstermijn. De kennis van het handelen van de notaris was reeds in november 2000 aanwezig, zoals blijkt uit correspondentie van haar toenmalige raadsman.
Het hof onderschreef de overwegingen van de kamer van toezicht en verwierp het beroep. De klacht is derhalve niet-ontvankelijk verklaard. Een inhoudelijke beoordeling van de klacht is niet aan de orde gekomen.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de klacht tegen de notaris.