ECLI:NL:GHAMS:2006:AX8932
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.F. Faase
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verrekening voorvoegingsverlies na juridische fusie binnen fiscale eenheid
Belanghebbende, een besloten vennootschap die sinds 1995 bestaat en deel uitmaakt van een fiscale eenheid, voerde beroep aan tegen een aanslag vennootschapsbelasting 2002 waarbij de inspecteur het verlies van 1995 niet volledig wilde verrekenen met de winst van 2002.
Na een juridische fusie per 1 januari 1999 waarbij een dochtervennootschap in belanghebbende opging, stelde belanghebbende dat het verlies van 1995 ook met de winst van de overgenomen onderneming verrekend moest kunnen worden, vergelijkbaar met de situatie bij liquidatie van een dochter binnen een fiscale eenheid.
Het Hof stelde vast dat de juridische fusie fiscaal niet gelijkgesteld kan worden met een liquidatie. De voorwaarden die aan de fusie en het voortbestaan van de fiscale eenheid zijn verbonden, beperken de verrekening van het verlies tot de winst van de oorspronkelijke onderneming van belanghebbende. Dit beleid is niet in strijd met wettelijke bepalingen of algemene rechtsbeginselen.
Het Hof wees het beroep af en bevestigde dat het verlies van 1995 niet met de winst van de voormalige dochter kan worden verrekend. De proceskosten werden niet aan de inspecteur opgelegd.
Uitkomst: Het Hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het verlies van 1995 niet mag worden verrekend met de winst van de voormalige dochter na juridische fusie.