ECLI:NL:GHAMS:2006:AX8989
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar douanerechten wegens ontbreken machtiging
Belanghebbende arriveerde op 16 oktober 2003 op Schiphol en werd gecontroleerd door de douane waarbij 48 kledingstukken werden aangetroffen met een douanewaarde van €1.565. De douane legde een uitnodiging tot betaling op voor douanerechten en omzetbelasting. Belanghebbende diende tijdig bezwaar in, maar zonder de vereiste machtiging. Ondanks herhaalde verzoeken van de inspecteur werd deze machtiging niet tijdig overgelegd, waardoor het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard.
Belanghebbende stelde dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard en dat de aanslag kennelijk willekeurig was opgelegd, omdat een deel van de goederen privé-goederen zou betreffen. De inspecteur stelde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard vanwege het ontbreken van een tijdige machtiging en dat de douanerechten terecht waren geheven voor de handelshoeveelheid kleding.
Het hof oordeelde dat het beroepschrift tijdig was ingediend en belanghebbende ontvankelijk was in het beroep. Echter, het bezwaar was terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat de machtiging niet tijdig was ingediend, ondanks herhaalde verzoeken. De inspecteur ontving de machtiging pas na toezending door de Douanekamer. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De proceskosten werden niet aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het beroep is ontvankelijk maar ongegrond verklaard omdat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was wegens het ontbreken van een tijdige machtiging.