ECLI:NL:GHAMS:2006:AY3854
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- M. Coeterier
- N. van Lingen
- R.J.F. Thiessen
- Rechtspraak.nl
Internetproviders niet verplicht tot verstrekking persoonsgegevens abonnees bij auteursrechtinbreuk
In deze zaak stond centraal de vraag of internetproviders (ISPs) gehouden zijn om aan Stichting BREIN schriftelijk opgave te doen van de namen en adressen van abonnees aan wie bepaalde IP-adressen waren toegekend, in verband met vermeende auteursrechtinbreuk via het delen van muziekbestanden.
De voorzieningenrechter had de vordering van BREIN afgewezen, en dit vonnis kwam in hoger beroep. BREIN betoogde dat de ISPs onrechtmatig handelden door de gevraagde gegevens niet te verstrekken, terwijl de ISPs stelden dat zij op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) niet gehouden waren tot verstrekking, mede omdat de verzameling van IP-adressen via een Amerikaanse derde partij (MediaSentry) niet rechtmatig was.
Het hof overwoog dat het niet zonder meer vaststaat dat de IP-adressen betrekking hebben op daadwerkelijke inbreukmakers, mede door het gebruik van decoy- en spoofed bestanden. Ook is de rechtmatigheid van de wijze van verzamelen en verwerken van persoonsgegevens twijfelachtig. Gezien de maatschappelijke impact achtte het hof een nader deskundig oordeel wenselijk en wees het spoedeisend belang van BREIN onvoldoende aan om niet te wachten op de bodemprocedure.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde BREIN in de kosten van het principaal appel.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat internetproviders niet verplicht zijn NAW-gegevens van abonnees te verstrekken aan Stichting BREIN.