ECLI:NL:GHAMS:2006:AY3887
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over douaneclassificatie en vertrouwensbeginsel bij surfzeilen
Belanghebbende, een douane-expediteur, voerde in 2000 en 2001 surfzeilen in die door de douane werden ingedeeld onder post 9506 21 00 van het Gemeenschappelijk Douanetarief (GDT). Eerder was aan een zustermaatschappij in 1996 een bindende tariefinlichting (BTI) verstrekt voor soortgelijke surfzeilen, ingedeeld onder post 3926 90 99. Belanghebbende had de BTI in het verleden regelmatig aan de douane overgelegd, waarna de aangiften werden gevolgd.
Na een controle stelde de inspecteur dat de surfzeilen onjuist waren ingedeeld en legde een navordering van douanerechten op. Belanghebbende stelde zich op het standpunt dat het vertrouwensbeginsel, gelet op de BTI en het gevoerde beleid van de douane, aan navordering in de weg staat. De inspecteur voerde aan dat de BTI aan een zustermaatschappij was afgegeven en niet aan belanghebbende, en dat de BTI niet op de litigieuze goederen van toepassing was.
Het Gerechtshof oordeelde dat er sprake was van een ambtelijke dwaling door de douane en dat belanghebbende redelijkerwijze niet kon ontdekken dat de indeling onjuist was, mede omdat de douane het beleid voerde om bij overlegging van een BTI van soortgelijke goederen de indeling te volgen. Gezien het vertrouwensbeginsel en het feit dat belanghebbende te goeder trouw had gehandeld, werd de navordering van douanerechten vernietigd. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de navordering van douanerechten wordt vernietigd wegens toepassing van het vertrouwensbeginsel.