ECLI:NL:GHAMS:2006:AY4998
Gerechtshof Amsterdam
- Versnelde behandeling
- R.J.F. Thiessen
- J.H. Huijzer
- H. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake loonvordering na overgang onderneming en ontslag bestuurder
In deze zaak ging het om de vraag of een voormalig directeur, [A], na de overgang van de onderneming Hortensis B.V. naar een eenmanszaak van [B], van rechtswege in dienst was getreden van die eenmanszaak en recht had op loonbetaling. De onderneming, inclusief activa en personeel, was overgegaan op [B], maar het hof achtte onvoldoende aannemelijk dat [A] mee was overgegaan, mede omdat dit niet de inzet was van de besprekingen en het niet voor de hand lag dat een bestuurder van een vennootschap in dienst treedt van een eenmansbedrijf van een medebestuurder.
[A] had aanvankelijk zijn loonvordering gericht tegen Hortensis B.V., die later failliet werd verklaard. Pas ruim acht maanden na de overgang stelde hij loonvorderingen op grond van art. 7:663 BW Pro jegens [B]. Het hof oordeelde dat deze vorderingen terecht door de voorzieningenrechter waren afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk was dat er een arbeidsovereenkomst tot stand was gekomen.
De algemene vergadering van aandeelhouders had [A] ontslagen en de activa overgedragen aan [B], die vervolgens het bedrijf als eenmanszaak voortzette en de meeste personeelsleden in dienst nam. De verhouding tussen [A] en de andere aandeelhouders was gespannen, met verdenkingen van fraude. Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde [A] tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst de loonvordering van de voormalig directeur af en bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter.