ECLI:NL:GHAMS:2006:AY5294
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M. Wigleven
- J.A.M. de Wit
- M.J. van Zutphen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep in zaak internationale kinderontvoering en teruggeleiding
In deze zaak gaat het om een geschil over de teruggeleiding van een minderjarige die door de moeder uit de Verenigde Staten naar Nederland is gebracht. De vader, woonachtig in de Verenigde Staten, had via de rechtbank een beschikking verkregen tot teruggeleiding van het kind. De moeder betwistte dit en voerde onder meer aan dat de gewone verblijfplaats van het kind Nederland is en dat terugkeer schadelijk zou zijn voor de geestelijke gezondheid van het kind.
Het hof oordeelde dat de gewone verblijfplaats van het kind tot juni 2005 in de Verenigde Staten was en dat sprake was van ongeoorloofde overbrenging in de zin van het Haags Kinderontvoeringsverdrag. Echter, het hof stelde ook vast dat de moeder mogelijk gearresteerd zou kunnen worden bij terugkeer, wat zou leiden tot langdurige scheiding van het kind en de moeder, hetgeen een ondraaglijke situatie voor het kind zou opleveren.
Daarnaast was gebleken dat de vader buiten medeweten van de Centrale Autoriteit strafrechtelijke stappen had ondernomen tegen de moeder, wat leidde tot traumatische ervaringen voor het kind. Het hof vond dat dit handelen van de vader zijn eigen belang boven dat van het kind stelde.
Daarom vernietigde het hof de eerdere beschikking tot teruggeleiding en wees het verzoek van de vader en Centrale Autoriteit af, waarbij het belang en welzijn van het kind voorop werden gesteld.
De uitspraak is gedaan door mrs. M. Wigleven, J.A.M. de Wit en M.J. van Zutphen op 29 juni 2006.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking tot teruggeleiding en wijst het verzoek van de vader en Centrale Autoriteit af wegens risico op ondraaglijke situatie voor het kind.