ECLI:NL:GHAMS:2006:AY6580
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.E. de Winter
- R.C.P. Haentjens
- P.C. Kortenhorst
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens uit winstbejag faciliteren illegaal verblijf in verhuurde woonruimte
Verdachte verhuurde gedurende enkele maanden kamers en appartementen aan Bulgaarse vreemdelingen die zonder geldige verblijfsvergunning in Nederland verbleven. Hoewel verdachte ernstige redenen had te vermoeden dat het verblijf van deze personen wederrechtelijk was, heeft zij geen onderzoek gedaan naar hun verblijfsstatus en heeft zij huur ontvangen tegen marktconforme prijzen.
De verdediging voerde aan dat verdachte niet wist van het illegale verblijf en geen onderzoeksplicht had, en stelde dat sprake was van afwezigheid van alle schuld. Dit verweer werd verworpen, mede omdat de vertegenwoordiger van verdachte zelf verklaarde dat hij voor zeventig procent zeker was van het illegale verblijf van de huurders.
Het hof oordeelde dat sprake was van winstbejag in de zin van artikel 197a Sr, omdat verdachte door de verhuur feitelijk in een economisch gunstiger positie was dan bij leegstand van de woonruimte. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Haarlem en veroordeelde verdachte tot een geldboete van 25.000 euro.
Het hof wees het verweer dat het openbaar ministerie in strijd met het gelijkheidsbeginsel zou hebben gehandeld af, omdat het enkele feit dat anderen niet zijn vervolgd geen schending van dit beginsel oplevert. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van 25.000 euro wegens uit winstbejag behulpzaam zijn bij het illegaal verblijf van vreemdelingen.