ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ0509
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- M. Coeterier
- N. van Lingen
- E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake zwangerschapsuitkering arbeidsongeschiktheidsverzekering en verboden onderscheid naar geslacht
M, een zelfstandig advocaat, sloot bij Movir meerdere arbeidsongeschiktheidsverzekeringen af, waaronder polissen met en zonder zwangerschapsuitkering. Zij vorderde in kort geding dat Movir zwangerschapsuitkeringen zou verstrekken onder alle polissen, wat werd toegewezen door de voorzieningenrechter. Movir ging hiertegen in hoger beroep en voerde aan dat het onderscheid in de polissen objectief gerechtvaardigd is vanwege actuarieel verantwoorde premiestelling en het voorkomen van oneigenlijk gebruik.
Het hof overwoog dat het onderscheid in de polissen inderdaad als indirect onderscheid naar geslacht moet worden aangemerkt, maar dat dit onderscheid objectief gerechtvaardigd kan zijn. Het hof achtte de financiële consequenties en premieverhogingen aannemelijk en vond dat de voorzieningenrechter ten onrechte een nieuw element aan de polissen had toegevoegd, hetgeen de contractsvrijheid zou schenden.
Het hof vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter en wees de vordering van M af. Tevens werd M in de kosten van beide instanties veroordeeld. De zaak bevatte ook discussies over de toepassing van Richtlijn 2004/113/EG, maar het hof liet de interpretatie daarvan in het midden vanwege de nog niet voltooide implementatie in de Nederlandse wetgeving.
Uitkomst: Het hof vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter en wees de vordering van M af wegens objectieve rechtvaardiging van het onderscheid door Movir.