ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ0516
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.F. Faase
- P.M.F. van Loon
- J.P.F. Slijpen
- Rechtspraak.nl
Vermogensbelasting 1995 en gevolgen van vernietigde navorderingsaanslagen
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslag vermogensbelasting 1995, die was berekend zonder rekening te houden met eerdere vernietigde navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premieheffing over diverse jaren. Het geschil betrof de juiste hoogte van de aanslag, mede in het licht van eerdere uitspraken van het Hof en de Hoge Raad die navorderingsaanslagen vernietigden of verminderden.
Het Hof heeft vastgesteld dat de navorderingsaanslagen over de jaren 1986 tot en met 1993 zijn vernietigd en de aanslag over 1994 is verminderd, en dat deze uitspraken onherroepelijk zijn geworden. Op grond van het arrest van de Hoge Raad van 24 februari 2006 moet bij de vaststelling van het vermogen per 1 januari 1995 rekening worden gehouden met de materieel verschuldigde belastingschulden op die datum, waarbij de vernietigde aanslagen niet in aanmerking kunnen worden genomen.
De inspecteur heeft het vermogen van belanghebbende per 1 januari 1995 opnieuw berekend, rekening houdend met deze uitgangspunten, en kwam tot een belastbare som van circa ƒ 31.053.000 (€ 14.091.237). Belanghebbende heeft deze berekening niet betwist. Het Hof volgt de inspecteur in deze berekening en handhaaft de aanslag na vermindering.
Daarnaast veroordeelt het Hof de inspecteur tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende, conform de toepasselijke wettelijke regelingen. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Hof vernietigt de uitspraak van de inspecteur en handhaaft de aanslag vermogensbelasting 1995 na vermindering tot een belastbare som van circa ƒ 31.053.000 (€ 14.091.237).