ECLI:NL:HR:2002:AD8767
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1986
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1986 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, gevolgd door een navorderingsaanslag met een verhoging. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de navorderingsaanslag vernietigd omdat het Hof oordeelde dat belanghebbende de jaarlijkse bijschrijving van het winstaandeel niet had genoten in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
De zaak draaide om de uitleg van een aanvulling op de oprichtingsakte van een Duitse stille vennootschap, waarin stond dat het winstaandeel vier weken na opstelling van de balans 'fällig' zou zijn. Het Hof had geoordeeld dat deze aanvulling was bedoeld om Duitse dividendbelasting uit te stellen en dat 'fällig' dienovereenkomstig moest worden uitgelegd, waardoor geen sprake was van genoten inkomen.
De Hoge Raad oordeelde echter dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd waarom doelmatigheidsoverwegingen tot een afwijkende uitleg van 'fällig' zouden leiden. De uitleg van de Inspecteur, die 'fällig' als 'vervallen, betaalbaar, opeisbaar' begreep, was niet onbegrijpelijk. Daarom werd het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof te Den Haag voor hernieuwd onderzoek.
De Hoge Raad wees tevens af om de proceskosten in cassatie aan belanghebbende toe te kennen, en liet de beslissing over de kosten van het Hof aan het verwijzingshof over.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor hernieuwd onderzoek.