ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ1170
Gerechtshof Amsterdam
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Geen naheffing vast recht na definitieve heffing door griffier
Verzoekers maakten bezwaar tegen de naheffing van een hoger vast recht door de griffier, nadat reeds een heffing had plaatsgevonden op basis van de stukken die de aard van de vorderingen duidelijk maakten. Volgens verzoekers mocht de oorspronkelijke heffing van €291,- als definitief worden beschouwd, mede omdat de griffier niet had aangegeven dat de heffing voorlopig was.
De griffier had negen maanden na de eerste heffing een naheffing van €4.449,- opgelegd, gebaseerd op een vordering van €158.000,- in plaats van een verklaring voor recht. Verzoekers beriepen zich op het rechtszekerheidsbeginsel en verwezen naar een arrest van de Hoge Raad uit 1993.
Het hof volgde verzoekers en oordeelde dat de griffier op het moment van de eerste heffing reeds over alle benodigde gegevens beschikte en dat de heffing daarom definitief was. De griffier had geen voorlopige mededeling gedaan. Het hof verklaarde het verzet gegrond en stelde het vast recht vast op het oorspronkelijke bedrag van €291,-.
Uitkomst: Het hof verklaart het verzet gegrond en stelt het vast recht vast op het oorspronkelijke bedrag van €291,-.