ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ1208
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens misbruik van procesrecht bij verkeerde procesinleiding
In deze civiele procedure heeft de appellant hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de kantonrechter, waarbij zij werd veroordeeld tot betaling van een geldbedrag aan de tegenpartij. Het hoger beroep werd ingeleid met een verzoekschrift in plaats van het vereiste dagvaardingsexploot, met als reden dat betekening van een dagvaarding op de laatste dag van de beroepstermijn praktisch onmogelijk was.
De tegenpartij stelde dat dit misbruik van procesrecht was en dat appellant niet-ontvankelijk verklaard moest worden. Het hof overwoog dat artikel 69 Rv Pro bedoeld is om vergissingen in de procesinleiding te herstellen, maar dat deze bepaling niet bedoeld is om bewust verkeerde processtukken te gebruiken om de procedure te starten.
Het hof concludeerde dat appellant misbruik van procesrecht maakte door bewust voor een verkeerd processtuk te kiezen en verklaarde haar daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Het verzoek tot veroordeling in proceskosten werd afgewezen omdat daarvoor geen wettelijke grondslag bestaat in deze procedure.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep wegens misbruik van procesrecht door bewuste verkeerde procesinleiding.