ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ1393
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- M. Coeterier
- J.H. Huijzer
- E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt opheffing stadionverbod voor Roda JC supporters wegens onvoldoende individuele schuld
In deze zaak stond het hoger beroep van de KNVB tegen een vonnis van de voorzieningenrechter centraal, waarbij 107 Roda JC supporters (de Rodafans) een stadionverbod opgelegd hadden gekregen na een incident tijdens een voetbalwedstrijd in de Amsterdam Arena.
De KNVB baseerde de stadionverboden op meldingen van het openbaar ministerie dat de Rodafans de openbare orde hadden verstoord, mede omdat zij deel uitmaakten van een groep supporters die zich agressief gedroeg. De Rodafans voerden aan dat zij niet individueel verantwoordelijk waren voor de ordeverstoring en dat het opleggen van een stadionverbod daarom onterecht was.
Het hof oordeelde dat de KNVB onvoldoende had aangetoond dat iedere Rodafan zich schuldig had gemaakt aan overtreding van de APV of het schaden van het aanzien van het voetbal. Ook was niet aannemelijk dat de Rodafans zich uit de groep hadden kunnen verwijderen toen de ordeverstoring plaatsvond. Daarom was het opleggen van een stadionverbod niet gerechtvaardigd. Het hof vernietigde het vonnis voor drie minderjarige geïntimeerden en verklaarde hen niet-ontvankelijk, maar bekrachtigde het vonnis voor de overige Rodafans en wees het hoger beroep van de KNVB af.
De KNVB werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten in het principale beroep, de Rodafans tot die in het incidentele beroep. Het arrest werd op 2 november 2006 uitgesproken door het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het hof verwierp het hoger beroep van de KNVB en bevestigde de opheffing van de stadionverboden voor de Rodafans wegens onvoldoende individuele schuld.