ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ1857
Gerechtshof Amsterdam
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Gegrond verklaring van verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring in beroep inzake reinigingsrecht en afvalstoffenheffing
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de reinigingsrechten bedrijfsvuil (REIN) en de afvalstoffenheffing (AFV) over 2003. De gemeente Amsterdam, vertegenwoordigd door twee verweerders, hanteerde verschillende bevoegdheden en communicatiekanalen voor deze heffingen. Belanghebbende diende een beroepschrift in tegen de uitspraak op bezwaar van de AFV, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
Het Hof oordeelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege onduidelijke en onzorgvuldige communicatie door verweerder A, waaronder een onduidelijke toelichting bij de energienota en een onjuist geformuleerde uitspraak. Hierdoor was belanghebbende in de veronderstelling dat hij nog kon wachten op een uitspraak op bezwaar. Ook was sprake van verwarring over de bevoegdheid tussen verweerder A en B.
Het Hof verklaarde het verzet gegrond en stelde voor om de beroepen tegen REIN en AFV gezamenlijk te behandelen om verdere verwarring te voorkomen. Verweerders kregen de opdracht om zich uit te laten over de voorlopige oordelen en de relevante regelgeving en mandaatbesluiten te overleggen. De uitspraak werd op 16 oktober 2006 gedaan door het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep is gegrond verklaard en het beroep wordt alsnog ontvankelijk verklaard.