ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ1864
Gerechtshof Amsterdam
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet-tijdige indiening beroepschrift in belastingzaak
Belanghebbende diende een verzet in tegen een uitspraak van de Zestiende Enkelvoudige Belastingkamer van 8 april 2005. Het geschil betrof de vraag of het beroepschrift tijdig was ingediend. Verweerder ontving twee faxen, waarvan het eerste (geschrift A) op 19 november 2004 was ontvangen en het tweede (geschrift B) op 21 november 2004. Belanghebbende stelde dat geschrift B op 21 oktober 2004 was verzonden, binnen de beroepstermijn.
Het Hof stelde vast dat geschrift A eerder was ontvangen en terecht als beroepschrift was aangemerkt. Het faxapparaat van verweerder en dat van belanghebbende drukten op geschrift A de datum 19 november 2004 af. Het Hof oordeelde dat belanghebbende waarschijnlijk de datum van haar faxapparaat had teruggezet om tijdigheid te suggereren, wat ongeloofwaardig werd geacht. Ook het handmatig wijzigen van de dagtekening op geschrift B versterkte dit oordeel.
Belanghebbende verscheen niet op de zitting ondanks oproep. Het Hof concludeerde dat het beroepschrift niet tijdig was ingediend en dat geen omstandigheden waren aangevoerd die het verzuim konden rechtvaardigen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak staat cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.