ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ4016
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Toepassing anoniementarief en matiging boete loonbelasting na naheffing
Belanghebbende exploiteerde een assurantiekantoor en had werknemers in dienst tussen 1999 en 2001. Bij een controle in 2003 bleek dat hij niet had voldaan aan de verplichting om kopieën van identiteitsbewijzen van zijn werknemers in de loonadministratie op te nemen. Hierdoor werd het anoniementarief van 60% toegepast en een naheffingsaanslag opgelegd.
Belanghebbende voerde aan dat hij wel de identiteit had vastgesteld en dat het anoniementarief een onterechte strafsanctie was, maar het hof verwierp deze grieven. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de positie van inhoudingsplichtige en werknemer wezenlijk verschilt. Verder werd de brutering van de te weinig ingehouden loonbelasting bevestigd, omdat het eindheffingsregime dit voorschrijft.
Ten aanzien van de opgelegde boete van 50% van de nageheven belasting oordeelde het hof dat sprake was van voorwaardelijke opzet, maar matigde de boete tot € 20.419 vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep werd gegrond verklaard voor zover het de boete betrof, de boete werd verminderd, en het griffierecht werd aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het hof bevestigt de naheffingsaanslag en toepassing anoniementarief, maar matigt de boete tot € 20.419 wegens overschrijding van de redelijke termijn.