ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ4209
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.B. Bijl
- M.E. van Hilten
- E.M. Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling omzetbelasting voor osteopaat met fysiotherapieachtergrond bevestigd
Belanghebbende, een gediplomeerd fysiotherapeut die de opleiding tot osteopaat met succes heeft afgerond, voert zelfstandig een praktijk voor osteopathie. Hij maakte bezwaar tegen de door hem betaalde omzetbelasting over de tijdvakken juli, augustus en september 2003, stellende dat zijn prestaties vrijgesteld zouden moeten zijn op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, onder 1°, van de Wet op de omzetbelasting 1968.
Het Hof stelde vast dat osteopathie een zelfstandige vorm van manuele geneeskunst is, onderscheiden van fysiotherapie, met een breder behandelingsgebied en andere diagnostische methoden. De werkzaamheden van belanghebbende als osteopaat vallen niet onder het deskundigheidsgebied van de fysiotherapeut zoals omschreven in het Besluit opleiding fysiotherapeut. Echter, het Hof volgde het arrest van het Hof van Justitie (Solleveld en Van den Hout-van Eijnsbergen) dat fiscale neutraliteit vereist dat soortgelijke gezondheidskundige verzorging gelijk wordt behandeld.
Omdat arts/osteopaten en fysiotherapeut/osteopaten dezelfde opleiding tot osteopaat volgen, dezelfde eindtermen behalen en onder hetzelfde tuchtrecht vallen, oordeelde het Hof dat de beroepskwalificaties gelijkwaardig zijn. Daarom moet ook de fysiotherapeut/osteopaat aanspraak kunnen maken op de vrijstelling van omzetbelasting. Het beroep werd gegrond verklaard, de bezwaren over juli en september 2003 niet-ontvankelijk en teruggaaf verleend voor augustus 2003. Tevens werden proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Belanghebbende krijgt vrijstelling van omzetbelasting voor zijn osteopathiewerkzaamheden en een teruggaaf voor augustus 2003.