ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ5431
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Visser
- P.C. Römer
- A.F. Salomons
- Rechtspraak.nl
Hof bevestigt aansprakelijkheid werkgever voor RSI-klachten door onvoldoende arbeidsomstandigheden
De werknemer verrichtte van september 1997 tot december 1999 werkzaamheden bij PGGM, eerst op basis van een stageovereenkomst en daarna een arbeidsovereenkomst. Zij ontwikkelde RSI-klachten, waardoor zij arbeidsongeschikt raakte. De kantonrechter stelde PGGM aansprakelijk wegens schending van de zorgplicht uit art. 7:658 BW Pro en veroordeelde PGGM tot schadevergoeding.
PGGM ging in hoger beroep en betwistte het causaal verband tussen de werkzaamheden en de RSI-klachten, alsmede haar aansprakelijkheid wegens vermeende naleving van de zorgplicht. Het hof oordeelde dat het causaal verband voldoende was vastgesteld, mede op basis van getuigenverklaringen en medische rapporten, en dat PGGM onvoldoende had aangetoond dat zij aan haar zorgplicht had voldaan.
Het hof benadrukte dat PGGM ook verantwoordelijk was voor de arbeidsomstandigheden bij detachering en thuiswerken. De werkplek was niet ergonomisch verantwoord ingericht, er was onvoldoende voorlichting gegeven over beeldschermwerk en ergonomie, en preventieve maatregelen waren niet adequaat getroffen. Het beroep van PGGM op het onbekende karakter van RSI in die tijd en op het gedrag van de werknemer faalde.
Daarom werd het hoger beroep van PGGM verworpen en de vonnissen van de kantonrechter bekrachtigd. PGGM werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat PGGM aansprakelijk is voor de RSI-klachten en veroordeelt PGGM in de proceskosten.