ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ5667
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- M.E. van Zandwijk-Hillebrands
- G.J. Driessen-Poortvliet
- Rechtspraak.nl
Verrekening van waarde woning en levensverzekeringspolissen bij echtscheiding met Amsterdams verrekeningbeding
De zaak betreft een geschil over de verrekening van de waarde van een woning en diverse levensverzekeringspolissen tussen een man en een vrouw die in 1974 zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een Amsterdams verrekeningbeding en in 2001 zijn gescheiden.
De man kocht tijdens het huwelijk een woning die volledig met een hypothecaire lening werd gefinancierd. Er werd niet afgelost op de hypotheek, maar er werden premies betaald voor een levensverzekering die bedoeld was om de hypotheekschuld af te lossen. De vrouw vorderde verrekening van de waarde van de woning en de levensverzekeringspolissen.
Het hof oordeelde dat de waarde van de levensverzekering gelijk moet worden behandeld als aflossing op de hypotheekschuld en dat de vrouw recht heeft op de helft van het te verrekenen vermogen, berekend naar verhouding van de poliswaarde gedeeld door de totale schuld en vermenigvuldigd met de woningwaarde. Daarnaast werd rekening gehouden met een fictieve belastinglatentie van 30% op de koopsompolissen. De rechtbank had ten onrechte dubbele verrekening toegestaan, wat het hof corrigeerde.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover de man werd veroordeeld tot betaling van een hoger bedrag en stelde een nieuw verrekeningsbedrag vast. Tevens werd een bedrag aan onverschuldigde betaling door de vrouw aan de man toegewezen met wettelijke rente. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof stelde een nieuw verrekeningsbedrag vast van € 79.208,17 en veroordeelde de vrouw tot terugbetaling van € 32.995,04 aan de man wegens onverschuldigde betaling.