ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ7718
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek terugbetaling douanerechten wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende diende een verzoek om terugbetaling in van douanerechten die waren betaald voor goederen die achteraf onjuist waren ingedeeld. Dit verzoek werd afgewezen wegens overschrijding van de in het Communautair douanewetboek (CDW) gestelde driejaarstermijn.
Het geschil betrof de vraag of het verzoek om terugbetaling alsnog ontvankelijk was op grond van overmacht, toeval of bijzondere omstandigheden zoals bedoeld in artikel 236 en Pro 239 van het CDW, dan wel herziening van de aangifte op grond van artikel 78 CDW Pro. Het hof oordeelde dat de driejaarstermijn was verstreken en dat belanghebbende onvoldoende bewijs had geleverd voor overmacht of toeval. Ook het beroep op artikel 239 en Pro herziening op grond van artikel 78 faalde Pro.
De uitspraak van het Hof van Justitie inzake de juiste tariefindeling van de goederen was niet voldoende om de termijn te verlengen, omdat het verzoek om terugbetaling niet tijdig was ingediend na het intrekken van de oude bindende tariefinlichtingen. De Douanekamer bevestigde dat de verzoeken niet-ontvankelijk zijn verklaard en dat het beroep ongegrond is.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak is in het openbaar gedaan op 14 november 2006.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om terugbetaling wegens termijnoverschrijding is niet-ontvankelijk.