ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ7739
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verjaring gestuit door ondubbelzinnige brief; ontslag niet kennelijk onredelijk
De zaak betreft een hoger beroep van een schoonmaker tegen ISS Hospital Services B.V. wegens kennelijk onredelijk ontslag en de vraag of zijn vordering tot schadevergoeding niet was verjaard. De arbeidsovereenkomst eindigde op 30 januari 2004 na toestemming van het CWI op bedrijfseconomische gronden. De kantonrechter verklaarde de vordering verjaard omdat de brief van 3 maart 2004 niet ondubbelzinnig het recht op nakoming voorbehoud.
Het hof oordeelt anders: de brief bevatte een duidelijke waarschuwing dat bij het uitblijven van passende arbeid of schadevergoeding een procedure zou volgen, waardoor de verjaring werd gestuit. Daarmee was de vordering niet verjaard ten tijde van de dagvaarding in januari 2005.
Inhoudelijk wordt geoordeeld dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is. ISS had toestemming van het CWI verkregen, en hoewel het hof het CWI-proces niet volledig toetst, beoordeelt het zelfstandig de redelijkheid van het ontslag. Er was geen sprake van een valse reden en ISS had geen verplichting tot het aanbieden van een passende functie in loongroep 2, omdat de werknemer die had geweigerd. Ook was er geen verplichting om de werknemer aan te melden bij het opvolgend schoonmaakbedrijf, omdat het project niet was overgenomen.
De gevolgen van het ontslag zijn niet te ernstig in verhouding tot het belang van ISS. De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen en de kosten van het hoger beroep worden aan de appellant opgelegd.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen; de verjaring was gestuit.