ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ9582
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.A.M. de Wit
- S. Clement
- F.A.A. Duynstee
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid verzoek omgangsregeling biologisch vader kunstmatig geïnsemineerd kind
De zaak betreft een hoger beroep van de man, biologisch vader van een in 2000 geboren kind via kunstmatige inseminatie, tegen een beschikking die hem niet-ontvankelijk verklaarde in zijn verzoek tot omgang met het kind. De moeder had het gezag en was van mening dat er geen nauwe persoonlijke betrekking bestond vanwege het ontbreken van contact.
Het hof oordeelde dat ondanks het ontbreken van erkenning en contact na de geboorte, door de gezamenlijke intentie van de ouders voorafgaand aan de bevruchting en het nauwe contact in die periode, een nauwe persoonlijke betrekking tussen de man en het kind was ontstaan. Dit maakt de man ontvankelijk in zijn verzoek.
Het hof acht het in het belang van het kind om contact met personen in nauwe persoonlijke betrekking te hebben en verzocht de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek te doen naar de wijze waarop de omgang vormgegeven kan worden. De behandeling werd aangehouden tot ontvangst van het rapport en advies.
Uitkomst: Het hof verklaart de man ontvankelijk in zijn verzoek tot omgangsregeling en houdt de zaak aan voor nader onderzoek naar de vormgeving van de omgang.