ECLI:NL:GHAMS:2006:BN6894
Gerechtshof Amsterdam
- Verwijzing na Hoge Raad
- G.B.C.M. van der Reep
- A. van Haeringen
- T. Hartlief
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over betalingsverplichtingen en crediteringen bij lease-overeenkomst minilab
Deze zaak betreft een geschil tussen appellant en Spector Nederland B.V. over de hoogte van een vordering voortvloeiend uit een lease-overeenkomst voor een minilab. Appellant stelt dat de gevorderde hoofdsom niet overeenkomt met de werkelijk verrichte betalingen en ontvangen creditnota’s. De Hoge Raad heeft eerder geoordeeld dat de rechtbank onvoldoende gemotiveerd heeft beslist over deze kwesties, waarna het hof de zaak heeft voortgezet.
Het hof beoordeelt de bewijsstukken van beide partijen, waaronder facturen, betalingsbewijzen en creditnota’s. Appellant voert aan dat hij meer heeft betaald dan Spector erkent, en beroept zich op crediteringen die Spector deels betwist. Het hof constateert dat de creditering van NLG 45.297,13 onbetwist is, terwijl de creditering van NLG 32.116,66 deels wordt betwist.
Daarnaast is vastgesteld dat het onderhoudscontract per 1 maart 1997 is geëindigd, wat gevolgen heeft voor de betalingsverplichtingen na die datum. Het hof acht het noodzakelijk dat Spector nadere toelichting geeft op de verwerking van betalingen en crediteringen in haar administratie. De zaak wordt aangehouden tot nadere stukken zijn ingediend en partijen hierop hebben kunnen reageren.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor nadere toelichting op betalingen en crediteringen, met rolzitting gepland op 5 oktober 2006.