ECLI:NL:GHAMS:2007:AZ9935
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M. Wigleven
- R.J.M. Smit
- W.M.C. Tilleman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bijdrage kosten verzorging en opvoeding minderjarige na wijziging draagkracht
Partijen zijn in 1998 gehuwd en in 2001 gescheiden, met een gezamenlijk minderjarig kind geboren in 2000. De vader is hertrouwd en heeft een kind uit dit huwelijk. De vader verzocht om vermindering van zijn alimentatieplicht, stellende dat zijn nieuwe echtgenote wegens gezondheidsklachten niet in staat is in haar levensonderhoud te voorzien, waardoor zijn draagkracht beperkt zou zijn.
De rechtbank had de bijdrage van de vader verlaagd naar €165 per maand. Het hof oordeelt echter dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de echtgenote van de vader niet in haar levensonderhoud kan voorzien. De nieuwe gezinssituatie leidt niet tot een lagere draagkracht dan die van een alleenstaande ouder.
Verder is geoordeeld dat schulden die na het einde van het huwelijk zijn aangegaan, zoals leningen bij Comfort Card, PrimeLine en ABN AMRO, niet in mindering mogen worden gebracht op de draagkracht, omdat de noodzaak daarvan niet is aangetoond.
Het hof stelt de draagkracht van de vader opnieuw vast als die van een alleenstaande ouder, rekening houdend met zijn woonlasten en inkomen, en bepaalt de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind op €215 per maand met ingang van 1 juli 2005. Eventuele teveel betaalde bedragen hoeven niet te worden terugbetaald.
Uitkomst: De bijdrage van de vader in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind wordt vastgesteld op €215 per maand vanaf 1 juli 2005.