ECLI:NL:GHAMS:2007:BA1925
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid inlener voor niet-betaalde loon- en omzetbelasting uitlener bij betalingsonmacht
Belanghebbende, een onderneming in de bouw en montage van kunststofapparaten, werd aansprakelijk gesteld voor onbetaalde loon- en omzetbelastingschulden van twee uitleners, B BV en A BV, die werknemers aan haar ter beschikking stelden. Deze vennootschappen leden aan betalingsmoeilijkheden door mislukte investeringsprojecten en werden uiteindelijk failliet verklaard.
De ontvanger stelde belanghebbende aansprakelijk op grond van inlenersaansprakelijkheid (art. 34 Invorderingswet Pro 1990). Belanghebbende betwistte de aansprakelijkheid en voerde aan dat de betalingsachterstand niet aan haar te wijten was, omdat onvoorzienbare bedrijfseconomische omstandigheden de oorzaak waren en zij geen verwijt kon worden gemaakt.
Het hof oordeelde dat de betalingsonmacht van de uitleners niet aan belanghebbende kon worden toegerekend, mede omdat geen sprake was van malafide handelen en belanghebbende geen verwijt treft voor het niet nemen van risicobeperkende maatregelen. De aansprakelijkstellingen werden vernietigd en de ontvanger werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
De uitspraak benadrukt dat inlenersaansprakelijkheid niet geldt indien het niet betalen door de uitlener noch aan hem noch aan de inlener te wijten is, waarbij onvoorzienbare omstandigheden en het ontbreken van verwijtbaarheid doorslaggevend zijn.
Uitkomst: De aansprakelijkstellingen van belanghebbende voor de niet-betaalde loon- en omzetbelasting van de uitleners zijn vernietigd wegens onvoorzienbare betalingsonmacht en onvoldoende verwijtbaarheid.