ECLI:NL:GHAMS:2007:BA2614
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid rentekosten deelnemingen in derde landen onder Wet VPB 1969
Belanghebbende, een tussenhoudstermaatschappij behorend tot een Mexicaans concern, had haar aangifte vennootschapsbelasting 2000 niet tijdig ingediend en beantwoordde ook niet de door de inspecteur gestelde vragen over de aftrekbaarheid van rentekosten verbonden aan haar buitenlandse deelnemingen. De inspecteur wees de aftrek van deze rentekosten af op grond van artikel 10a en 13 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Het geschil betrof de vraag of deze rentekosten aftrekbaar waren, met name gezien de deelnemingen in derde landen zoals Singapore, de Filipijnen en de Nederlandse Antillen. Belanghebbende voerde aan dat het niet toestaan van aftrek in strijd was met het vrij verkeer van kapitaal en het recht op vrije vestiging zoals neergelegd in het EG-Verdrag en het LGO-Besluit.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende door het niet tijdig indienen van de aangifte en het niet beantwoorden van vragen de bewijslast niet had kunnen weerleggen. De aftrekbeperkingen van artikel 10a en 13 Wet VPB blijven van toepassing, ook na het arrest Bosal van het Europese Hof van Justitie. Daarnaast staan de genoemde verdragsbepalingen niet in de weg aan deze aftrekbeperkingen, mede door de standstillbepaling in artikel 57 EG Pro-Verdrag.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting bleef ongewijzigd. Het Hof wees proceskostenveroordeling af en stelde dat belanghebbende in cassatie beroep kan instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting blijft ongewijzigd.