ECLI:NL:GHAMS:2007:BA2619
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- K. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling urencriterium zelfstandigenaftrek bij ziekte en arbeidsongeschiktheid
Belanghebbende, een zelfstandig psycholoog, had voor het jaar 2002 een aanslag inkomstenbelasting ontvangen waarbij de zelfstandigenaftrek werd geweigerd omdat hij niet voldeed aan het urencriterium van 1225 uur. Belanghebbende voerde in hoger beroep aan dat hij door een burn-out en langdurige arbeidsongeschiktheid niet aan dit criterium kon voldoen.
De rechtbank Haarlem had het beroep ongegrond verklaard omdat belanghebbende zijn stelling niet met concrete feiten had onderbouwd en het niet aannemelijk was dat hij de vereiste uren had gewerkt. Het Hof verwijst naar de wetsgeschiedenis en het arrest van de Hoge Raad van 4 november 1987, waarin is bepaald dat alleen daadwerkelijk gewerkte uren meetellen voor het urencriterium.
Het Hof oordeelt dat uren die door ziekte niet zijn gewerkt niet mogen worden meegeteld en bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank. Er is geen aanleiding om een van de partijen te veroordelen in de proceskosten. De uitspraak van het Hof is op 21 maart 2007 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat uren niet gewerkt door ziekte niet meetellen voor het urencriterium en wijst het hoger beroep af.