ECLI:NL:GHAMS:2007:BA5794
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Valk
- Frankena
- Van Osch
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid stichting wegens opheffing bij fusie en onjuiste tenaamstelling in dagvaarding
In deze civiele procedure in hoger beroep heeft het Gerechtshof Amsterdam geoordeeld dat de stichting Algemene Woningstichting Houten niet-ontvankelijk is in haar vorderingen, omdat zij ten tijde van de dagvaarding niet meer bestond als gevolg van een fusie. De stichting had de dagvaarding uitgebracht onder haar oude naam, terwijl zij inmiddels was opgegaan in een andere rechtspersoon, Stichting Viveste.
Het hof overwoog dat het gebruik van een handelsnaam in plaats van de statutaire naam van een rechtspersoon in de dagvaarding niet is toegestaan. Dit is van belang omdat de dagvaarding duidelijk moet maken tegen wie de gedaagde partij zich moet verweren, zodat het verweer hierop kan worden afgestemd. Het feit dat de stichting was opgehouden te bestaan was kenbaar in het handelsregister, maar dit was voor de gedaagde partijen niet voldoende om te begrijpen dat zij met een andere rechtspersoon te maken hadden.
De stichting beriep zich op artikel 66 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, maar het hof verwierp dit omdat het hier niet ging om nietigheid van de dagvaarding, maar om het ontbreken van rechts- en procesbevoegdheid, een ontvankelijkheidskwestie. Het hof wees ook een mogelijke deformalisering van het procesrecht af, omdat dit zou leiden tot onredelijke risicoverdeling ten nadele van de gedaagde partijen.
Het vonnis van de rechtbank Utrecht werd vernietigd en de stichting werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen. Tevens werd de stichting veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: De stichting werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij bij dagvaarding niet meer bestond en de dagvaarding onjuist was opgesteld.