ECLI:NL:GHAMS:2007:BA5908
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.D.R.M. Boumans
- M.W.E. Koopmann
- J.E. Molenaar
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet tegen faillietverklaring wegens verkeerde griffie en termijnoverschrijding
In deze zaak heeft de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [BV I] verzet ingesteld tegen de faillietverklaring van [BV II]. De rechtbank Amsterdam had [BV II] op verzoek van [BV III] en [BV IV] in staat van faillissement verklaard. Het hof bekrachtigde dit vonnis in hoger beroep.
[BV I] diende vervolgens een verzoekschrift tot verzet in bij het hof, terwijl artikel 10 lid 2 van Pro de Faillissementswet voorschrijft dat verzet moet worden ingediend bij het rechtscollege dat de faillietverklaring voor het eerst heeft uitgesproken, in dit geval de rechtbank. Bovendien was het verzet pas na de wettelijke termijn van acht dagen na de faillietverklaring ingediend.
Het hof oordeelde dat het verzet daarom niet ontvankelijk was. De door [BV I] aangevoerde argumenten, waaronder een beroep op artikel 6 EVRM Pro wegens schending van hoor en wederhoor, konden niet tot een ander oordeel leiden. Het arrest werd uitgesproken door drie raadsheren en het beroep in cassatie werd mogelijk geacht binnen acht dagen na uitspraak.
Uitkomst: Het verzet van [BV I] tegen de faillietverklaring van [BV II] is niet-ontvankelijk verklaard wegens verkeerde griffie en termijnoverschrijding.