ECLI:NL:GHAMS:2007:BA8826
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P.A. Boersma
- D.B. Bijl
- M.E. van Hilten
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake borgstelling en regresvordering bij directeur-grootaandeelhouder
Belanghebbende, gehuwd in gemeenschap van goederen met een directeur-grootaandeelhoudster (DGA), voerde beroep aan tegen een belastingaanslag waarbij een regresvordering op de vennootschap NN niet als aftrekpost werd erkend. De zaak betrof de vraag of bij de vaststelling van het belastbare inkomen een bedrag in aftrek kon worden gebracht als resultaat uit overige werkzaamheden met betrekking tot een regresvordering op NN.
De inspecteur had de aanslag gehandhaafd en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde het Hof dat de regresvordering voortvloeit uit een borgstellingsovereenkomst die door de echtgenote, als DGA, was aangegaan. Belanghebbende had geen zelfstandige borgstelling afgegeven, maar slechts zijn goedkeuring aan de borgtocht van zijn echtgenote gegeven.
Het Hof oordeelde dat het Besluit van 24 mei 2006, nr. CPP2006/76M, waarin de staatssecretaris goedkeuring geeft voor het boeken van regresvorderingen door DGA’s, niet zo kan worden uitgelegd dat anderen dan de DGA zelf hiervan gebruik kunnen maken. Hierdoor kon belanghebbende geen beroep doen op deze fiscale faciliteit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.