1 Rechtbank Arnhem 15 maart 2006, nr. AWB 05/1984, V-N 2006/40.2.9, NTFR 2006/631.
2 Hof Arnhem 10 april 2008, nr. 06/00161, V-N 2008/34.1.4, NTFR 2008/1095, met aantekening Van Gijlswijk.
3 Over de hoogte van dat bedrag is ter zitting van de Rechtbank Arnhem overeenstemming bereikt tussen de belanghebbende en de Inspecteur (zie bijv. verweerschrift voor het Hof, p. 1 en cassatieberoepschrift, p. 2).
4 Zie over de gevolgen van onzakelijk handelen bij borgtocht bijvoorbeeld P.C. van der Vegt, Borgstellingen in groepsverband, NTFR 2008/2116.
5 Onderdeel 4 van de uitspraak van de Rechtbank.
6 HR 9 februari 2000, nrs. 34.490, 34.911 en 34.912, na conclusie Van Kalmthout, BNB 2000/235-337, met noot Juch.
7 Kamerstukken II, 1987-1988, 19 968, nr. 6 (VV), p. 8.
8 Kamerstukken II, 1987-1988, 19 968, nr. 7 (MvA), p. 14.
9 Beroepschrift voor de Rechtbank, p. 7 en 10 en verweerschrift voor het Hof, p. 4.
10 Asser-Hartkamp-Sieburgh 6-I (A.S. Hartkamp en C.H. Sieburgh, Verbintenissenrecht, deel I, Deventer: Kluwer, 2008), nr. 43.
11 Asser-Van Schaick 5-IV (A.C. van Schaick, Bijzondere overeenkomsten, deel IV, Deventer: Kluwer, 2004), nr. 194.
12 Een ontkennend antwoord geeft bijv. J.W.H. Blomkwist, Borgtocht, Monografieën BW, B78, Deventer: Kluwer, 2006, p. 46, terwijl Asser-Van Schaick 5-IV, nr. 194 stelt dat "men gevoeglijk de toevoeging van art. 6:74, lid 1 BW ('tenzij de tekortkoming niet aan de schuldenaar kan worden toegerekend') ook in art. 7:855, lid 1 BW besloten [kan] achten."
13 J.W.H. Blomkwist, Borgtocht, Monografieën BW, B78, Deventer: Kluwer, 2006, p. 46.
14 Asser-Van Schaick 5-IV, nr. 203.
15 Asser-Van Schaick 5-IV, nr. 195.
16 HR 13 november 1903 (De Veije q.q./Waterreus), W. 7986.
17 HR 8 november 1974, na conclusie Ten Kate, NJ 1975, 268.
18 HR 3 juni 1994, nr. 8412 (De Nederlandse Antillen/Komdeur q.q.), na conclusie Ten Kate, NJ 1995, 340, met noot HJS onder NJ 1995, 342.
19 HR 3 mei 2002, nr. R00/110HR (.../Joral Management NV), na conclusie Bakels, NJ 2002, 393, met noot PvS.
20 HR 9 juli 2004, nr. C03/078HR (Bannenberg q.q./NMB-Heller NV), na conclusie Timmerman, met noot PvS.
21 J.W.H. Blomkwist, Borgtocht, Monografieën BW, B78, Deventer: Kluwer, 2006, p. 70-71.
22 E. Koops, Het ontstaansmoment van borgenregres, NTBR 2009/3, p. 116 e.v.
23 HR 6 juni 2008, C06/317HR (X./Satisfactorie) RvdW 2008, 594.
24 HR 13 november 1996, nr. 31.582, na conclusie Van Soest, BNB 1997/11, met noot Zwemmer, r.o. 3.2. In HR 30 november 2001, nr. 36.914, BNB 2002/40, r.o. 3.5, sprak u over '"regresvorderingen die zijn ontstaan ten gevolg van de aflossing door de belanghebbende van de onderhavige schulden", maar was die aflossing geen gevolg van borgstelling of hoofdelijkheid.
25 Artikelswijs commentaar bij art. 13ba (tot 9 december 2005) Wet Vpb, aantekening 2.2, alsmede bij art. 13b Wet Vpb, aantekening 2.2.
26 J.A.R. van Eijsden en Q.W.J.C.H. Kok, Afgewaardeerde vorderingen, FM 124, Deventer: Kluwer, 2007, p. 12-13.
27 NTFR 2008/1095.
28 Onderdeel 2.4 van het commentaar bij art. 13ba Wet Vpb, NDFR (bezocht d.d. 17 maart 2009).
29 Besluit van 29 april 2004, nr. CPP2003/2360M, V-N 2004/23.6, onderdeel 12; in vergelijkbare zin eerder Brief van de Staatssecretaris (ongedateerd), V-N 2003/10.11. Het Besluit van 29 april 2004 is inmiddels vervallen, maar een vergelijkbaar standpunt is ingenomen in Besluit van 24 mei 2006, nr. CPP2006/76M, V-N 2006/34.15, onderdeel 14.2, dat inmiddels weer vervangen is door het Besluit van 1 december 2008, nr. CPP2008/520M, V-N 2008/2.7, met een vergelijkbaar standpunt in onderdeel 15.2.1.
30 Verweerschrift voor de Rechtbank, p. 8.
31 Cassatieverweerschrift, p. 2.
32 Rechtbank Haarlem 4 mei 2007, nr. Awb 05/6432, V-N 2008/13.2.1, r.o. 5.5.1, en Hof Amsterdam 18 juni 2007, nr. P06/00320, V-N 2008/9.10, r.o. 2.6.4, alsmede kennelijk (afgaande op de samenvatting in FutD) Rechtbank Den Haag 21 december 2007, nr. 07/5627, FutD 2008-0472.
33 Rechtbank Breda 6 april 2006, nr. 05/3152, V-N 2006/53.13, r.o. 3.3.6, Hof Amsterdam 18 juni 2007, nr. P06/00320, V-N 2008/9.10, r.o. 2.6.4-2.6.5, en Rechtbank Haarlem 26 januari 2009, nr. 07/07116, NTFR2009/574, r.o. 4.1-4.3.
34 Rechtbank Haarlem 4 mei 2007, nr. Awb 05/6432, V-N 2008/13.2.1, r.o. 5.5.2.1-5.5.2.4.
35 Beroepschrift voor het Hof, p. 3.
36 Verweerschrift, p. 1.
37 M.L.M. van Kempen, Misvatting belemmert terbeschikkingstellingsverlies uit borgtocht of hoofdelijke verbondenheid, WFR 2005/1594. Dit artikel heeft een tegenreactie ontlokt van R.J.P. van Geel, Het nemen van een borgstellingsverlies, WFR 2006/589, met naschrift van Van Kempen.
38 Originele voetnoot: Vergelijk HR 20 juni 1962, BNB 1962/269, inzake de waardering van een borgtochtverplichting in de winstsfeer.
39 Rechtbank Haarlem 4 mei 2007, nr. Awb 05/6432, V-N 2008/13.2.1, r.o. 5.4.3. Vergelijkbaar is de uitspraak van de Rechtbank Den Haag 27 februari 2008, nr. 06/04260, NTFR 2008/1090: zij laat uitdrukkelijk in het midden op welk tijdstip civielrechtelijk de regresvordering ontstaat en concludeert op basis van de wetsgeschiedenis dat fiscaalrechtelijk de regresvordering pas na betaling door de borg aan de schuldeiser in aanmerking wordt genomen.
40 Hof Amsterdam 18 juni 2007, nr. P06/00320, V-N 2008/9.10, r.o. 2.6.3.
41 Rechtbank Breda 6 april 2006, nr. 05/3152, V-N 2006/53.13, r.o. 3.3.1, alsmede kennelijk (afgaande op de samenvatting in FutD) Rechtbank Den Haag 21 december 2007, nr. 07/5627, FutD 2008-0472. In vergelijkbare zin voor regresvorderingen in verband met hoofdelijke verbondenheid voor een schuld: Rechtbank Den Haag 26 februari 2008, nr. 06/0507, NTFR 2008/1163, r.o. 4.3. Zie voor dat standpunt ook bijv. R.E.C.M. Niessen en L.J.A. Pieters, De Wet inkomstenbelasting 2001, Fiscale geschriften, Amersfoort: Sdu, 2008, p. 332.
42 Kennelijk (afgaande op de samenvatting in FutD) Rechtbank Den Haag 21 december 2007, nr. 07/5627, FutD 2008-0472, alsmede, zij het voor regresvorderingen in verband met hoofdelijke verbondenheid voor een schuld, Rechtbank Den Haag 26 februari 2008, nr. 06/0507, NTFR 2008/1163, r.o. 4.3.
43 Rechtbank Breda 6 april 2006, nr. 05/3152, V-N 2006/53.13, r.o. 3.3.2-3.3.3, en Rechtbank Haarlem 26 januari 2009, nr. 07/07116, NTFR2009/574, r.o. 4.1-4.2. Instemmend: R.E.C.M. Niessen en L.J.A. Pieters, De Wet inkomstenbelasting 2001, Fiscale geschriften, Amersfoort: Sdu, 2008, p. 332.
44 HR 19 december 1934, B. 5749.
45 HR 20 juni 1962, nr. 14.799, BNB 1962/269, met noot Den Boer.
46 Beroepschrift voor het Hof, p. 2 en 5-7, en pleitnota voor het Hof, p. 5.
47 Cassatieberoepschrift, p. 5.
48 HR 24 januari 1996, nr. 29.954, na conclusie Van den Berge, BNB 1996/138, met noot Van Vijfeijken.
49 Kamerstukken II, 1989-1990, 19 968, nr. 13 (Tweede NvW), p. 9.
50 Kamerstukken II, 1989-1990, 19 968, nr. 41c (MvA), p. 8.
51 Beroepschrift van de Inspecteur voor het Hof, p. 7.
52 HR 19 juli 1994, nr 28 875, na conclusie Moltmaker, BNB 1994/270, met noot Van Leijenhorst.
53 HR 24 januari 1996, nr. 29 954, na conclusie Van den Berge, BNB 1996/138, met noot Van Vijfeijken.