ECLI:NL:GHAMS:2007:BA9422
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- B.P.J.A.M. van der Pol
- C.G. Nunnikhoven
- D.R. Doorenbos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ontnemingsvordering wegens wederrechtelijk verkregen voordeel door feitelijk leidinggeven
In deze ontnemingszaak heeft het Gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Utrecht vernietigd en opnieuw recht gedaan. De zaak betreft een veroordeelde die feitelijk leiding gaf aan een rechtspersoon die wederrechtelijk voordeel behaalde door valsheid in geschrifte en overtreding van de Diergeneesmiddelenwet.
De rechtbank had het voordeel vastgesteld op €60.100,00 en de betaling aan de staat op €44.548,00. Het hof heeft de berekening van het voordeel herzien op basis van een forensisch accountancyrapport en fiscale correcties, waarbij rekening is gehouden met vennootschaps- en dividendbelasting. Het hof stelt het voordeel vast op €7.557,44.
Het hof oordeelt dat het voordeel dat de vennootschap behaalde indirect ook aan de veroordeelde toekomt vanwege zijn zeggenschap en feitelijk leiderschap. De vraag of het voordeel daadwerkelijk is verzilverd is niet relevant. Het hof wijst bezwaren van de veroordeelde af, waaronder de vermeende schending van de redelijke termijn en de vereenzelviging met de rechtspersoon.
De verplichting tot betaling aan de staat wordt vastgesteld op het genoemde bedrag, rekening houdend met de draagkracht van de veroordeelde. Het arrest is gewezen op 10 juli 2007 door het hof in Arnhem.
Uitkomst: Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €7.557,44 en legt de verplichting tot betaling aan de staat op.