ECLI:NL:GHAMS:2007:BB0057
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Smeeïng-van Hees
- Van den Brink
- Van der Pol
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof beveelt toelating van afgewezen aspirant-leerling tot reformatorische school
Het geschil betreft de weigering van de Vereniging voor voortgezet onderwijs op reformatorische grondslag om [Th] toe te laten tot het Hoornbeeck College in Amersfoort. [Th] werd geweigerd vanwege vermeende onvoldoende aansluiting bij de religieuze identiteit van de school, gebaseerd op factoren zoals het bezit van televisie, het dragen van een lange broek door de dochter van appellanten, en een afwijkende visie op medezeggenschap.
In eerste aanleg wees de voorzieningenrechter de vorderingen af, stellende dat het bestuur van de Vereniging de beslissing in redelijkheid had kunnen nemen. In hoger beroep oordeelt het hof dat hoewel bijzondere scholen vrijheid hebben bij toelating op grond van hun religieuze grondslag, zij zich moeten houden aan een vast en consequent toelatingsbeleid. Uit de onderbouwde stellingen van appellanten blijkt dat het toelatingsbeleid van de Vereniging niet consistent wordt toegepast, aangezien vergelijkbare situaties in het verleden wel tot toelating hebben geleid.
Het hof concludeert dat de Vereniging in redelijkheid niet tot haar beslissing heeft kunnen komen en dat het besluit om [Th] te weigeren onrechtmatig is. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd en de Vereniging wordt bevolen [Th] toe te laten binnen twee maal vierentwintig uur, onder dreiging van een dwangsom. Tevens wordt de Vereniging veroordeeld in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof beveelt de school om de afgewezen aspirant-leerling alsnog toe te laten wegens inconsistent en onrechtmatig toelatingsbeleid.