ECLI:NL:GHAMS:2007:BB2991
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Bijlsma
- M.E. van Hilten
- K. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek teruggaaf douanerechten wegens termijnoverschrijding bevestigd
Belanghebbende, een douane-expediteur, diende verzoeken om teruggaaf in van douanerechten betaald over de jaren 1995 tot en met 1997 voor rollators, gebaseerd op een gewijzigde tariefindeling. De verzoeken werden door de inspecteur niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke driejaarstermijn voor teruggaaf.
De Douanekamer stelde vast dat de termijn voor het indienen van verzoeken om teruggaaf begint te lopen vanaf het moment waarop formeel vaststaat dat de rechten niet wettelijk verschuldigd waren, hier 13 december 2000. Desondanks waren de verzoeken van 15 juli 2003 ingediend na het verstrijken van de termijn voor de betreffende jaren. Belanghebbende kon niet aantonen dat sprake was van toeval of overmacht om de termijn te verlengen.
Hoewel het beroep gegrond werd verklaard omdat de inspecteur het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard, werd de niet-ontvankelijkheid van de verzoeken zelf bevestigd. De inspecteur werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan belanghebbende. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van termijnen bij teruggaaf van douanerechten en benadrukt het belang van tijdige bezwaar- en beroepsprocedures.
Uitkomst: De verzoeken om teruggaaf van douanerechten zijn terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.