ECLI:NL:GHAMS:2007:BB4933
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.H. Huijzer
- C.E. van Oosten-van Smaalen
- J.K. Six-Hummel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen verstekvonnis over schadevergoeding huurovereenkomst en terugwijzing naar kantonrechter
De zaak betreft een hoger beroep van een voormalige huurder tegen een verstekvonnis waarin hij werd veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan de verhuurder, woningstichting Vitalis. De huurovereenkomst was eerder ontbonden en de woning ontruimd. Het verstekvonnis werd niet persoonlijk betekend aan de huurder, maar aan zijn moeder en advocaat.
Het geschil draait om de vraag of de huurder een naar buiten gerichte daad van bekendheid met het vonnis heeft verricht, waardoor de termijn voor het instellen van verzet zou zijn gaan lopen. Het hof oordeelt dat geen dergelijke daad is gesteld of gebleken, zodat de huurder tijdig in verzet is gekomen.
De kantonrechter had het verzet moeten ontvangen en de bezwaren van de huurder tegen de vordering van Vitalis inhoudelijk moeten beoordelen. Omdat dit niet is gebeurd, vernietigt het hof het eindvonnis en wijst de zaak terug naar de kantonrechter om een inhoudelijke beoordeling in twee instanties mogelijk te maken.
Het hof wijst Vitalis aan als de in het ongelijk gestelde partij en veroordeelt haar tot betaling van de proceskosten van het hoger beroep. Tevens wordt tussentijds cassatieberoep opengezet.
Uitkomst: Het hof vernietigt het verstekvonnis en wijst de zaak terug naar de kantonrechter voor inhoudelijke behandeling.