ECLI:NL:GHAMS:2007:BB5041
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. Van der Ouderaa
- E.F. Faase
- E. van Waaijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging belastbaarheid vervreemdingswinst aandelen aanmerkelijk belang
Belanghebbende heeft in 2002 aandelen van Y Holding B.V. verkocht die tot zijn aanmerkelijk belang behoorden. De inspecteur legde een aanslag op inkomstenbelasting op waarbij de vervreemdingswinst werd belast als inkomen uit aanmerkelijk belang. Belanghebbende stelde dat de verkoop van deze aandelen niet zijn bedoeling was en dat eigenlijk aandelen van een andere vennootschap verkocht hadden moeten worden, en voerde dwaling aan.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigde de aanslag. In hoger beroep stelde belanghebbende dat de bedoeling van partijen anders was dan wat uit de notariële akte bleek. Het hof oordeelde dat de akte van levering van 16 mei 2002 als uitgangspunt moet worden genomen en dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat partijen iets anders waren overeengekomen.
Het hof overwoog dat uit de akte blijkt dat belanghebbende 949.005 aandelen van Y Holding B.V. heeft verkocht, en dat de vervreemdingswinst op deze aandelen volgens de Wet inkomstenbelasting 2001 als inkomen uit aanmerkelijk belang moet worden belast. De rechtbank had derhalve een juiste beslissing genomen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting wordt bevestigd.