ECLI:NL:GHAMS:2007:BB6136
Gerechtshof Amsterdam
- Verwijzing na Hoge Raad
- G.B.C.M. van der Reep
- A. van Haeringen
- A.N. van de Beek
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt normaal gebruik merk Minimax door Ansul ondanks stop verkoop nieuwe brandblussers
In deze zaak stond centraal of Ansul gedurende de periode van 2 mei 1989 tot 2 mei 1994 normaal gebruik had gemaakt van haar merk Minimax voor brandblusapparatuur, ondanks het feit dat zij in die periode geen nieuwe brandblussers had verkocht. Het hof bevestigde dat het onderhoud, revisie en vervanging van originele transfers en strips, die wettelijk verplicht waren, onder het merk Minimax, als werkelijk en normaal gebruik van het merk kan worden aangemerkt.
De Hoge Raad had eerder het geding naar het hof verwezen met de opdracht te beoordelen of het gebruik van het merk voor onderhoudsactiviteiten als normaal gebruik kan gelden. Het hof overwoog dat het merk Minimax een commerciële betekenis had als herkomstaanduiding voor afnemers die wettelijk verplicht waren hun brandblussers te onderhouden met originele onderdelen. Dit gebruik diende de afzet en binding van klanten.
Ajax stelde dat het merk alleen symbolisch werd gebruikt en dat het depot van Ansul uit 1994 te kwader trouw was, maar het hof verwierp deze stellingen. Het hof concludeerde dat het merkrecht van Ansul niet was vervallen en dat het depot van Minimax GmbH te kwader trouw was. Het vonnis van de rechtbank Rotterdam werd bekrachtigd en Ajax werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat Ansul normaal gebruik heeft gemaakt van het merk Minimax en wijst de vorderingen van Ajax af.