ECLI:NL:GHAMS:2007:BB8496
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.F. Faase
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- Rechtspraak.nl
Hof vermindert naheffingsaanslag loonbelasting wegens ontbreken dienstbetrekking door gebrek aan gezagsverhouding
Belanghebbende, een beleggingsadviesvennootschap, stond in geschil met de Belastingdienst over de loonbelastingheffing op een factuur van H B.V. voor adviserende diensten verricht door Y in 1999. De inspecteur stelde dat Y in dienstbetrekking stond tot belanghebbende vanaf 1 april 1999, waardoor loonbelasting had moeten worden ingehouden.
De rechtbank had de naheffingsaanslag en boete gehandhaafd, maar het hof oordeelde dat er in de periode van 1 april tot 1 september 1999 geen gezagsverhouding bestond tussen belanghebbende en Y. Dit was doorslaggevend voor het ontbreken van een dienstbetrekking. De werkzaamheden van Y betroffen advisering en fondsenwerving, en hij had meerdere opdrachtgevers.
Het hof stelde vast dat de consultancy-agreement pas op 1 september 1999 inging en dat de werkzaamheden daarvoor wezenlijk anders waren. Ook de omvangrijke oprichtingskosten en de zelfstandige positie van Y wezen niet op een gezagsverhouding. Daarom werd de naheffingsaanslag verminderd met €31.969 en de boete met €7.992. Tevens werd belanghebbende in de proceskosten en griffierecht tegemoetgekomen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en boete worden verminderd wegens het ontbreken van een dienstbetrekking in de geschilperiode.