ECLI:NL:GHAMS:2007:BC0800
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Willems
- Faase
- Van Loon
- Van Hoepen
- Izeboud
- Rechtspraak.nl
Beoordeling prijs en rechtmatigheid juridische fusie Koninklijke en Shell Petroleum
Trafalgar Catalyst Fund c.s. en VEB hebben de Ondernemingskamer verzocht zich uit te spreken over de prijs van aandelen Koninklijke per 31 oktober 2005 en de rechtmatigheid van de juridische fusie tussen Koninklijke en Shell Petroleum N.V. Shell had een juridische fusie voorgesteld waarbij minderheidsaandeelhouders alleen een contante betaling ontvingen, zonder aandelen in de verkrijgende vennootschap. De Ondernemingskamer stelde vast dat de prijs van de aandelen in de Koninklijke op 31 oktober 2005 gelijk is aan de fusievergoeding van €52,21 per aandeel, gebaseerd op de beurskoers van Shell aandelen (A) en de economische waarde daarvan.
De Ondernemingskamer oordeelde dat de juridische fusie niet als methode mag worden gebruikt om minderheidsaandeelhouders uit te kopen door hen uitsluitend contante betaling te bieden zonder het recht op aandelen, omdat dit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid en de bescherming die de wet en EU-richtlijnen bieden. De gekozen constructie ontbeert de waarborgen die de wettelijke uitkoopprocedure biedt, zoals toetsing door een onafhankelijke rechter. De Ondernemingskamer concludeerde dat de juridische fusie zoals vormgegeven in dit geval in strijd is met artikel 3 van Pro de Derde EG Richtlijn, de Nederlandse fusiewetgeving en artikel 2:8 BW Pro.
De Ondernemingskamer stelde de prijs van de aandelen vast op €52,21 per aandeel, verhoogd met wettelijke rente vanaf 31 oktober 2005, en bepaalde dat uitkeringen in die periode tot gedeeltelijke betaling van de prijs strekken. De procedure werd voortgezet als een uitkoopprocedure conform artikel 2:92a BW. De motieven van Shell voor de gekozen juridische fusie deden hieraan niet af.
Uitkomst: De prijs van de aandelen Koninklijke per 31 oktober 2005 wordt vastgesteld op €52,21 per aandeel en de juridische fusie wordt als strijdig met redelijkheid en billijkheid en EU-richtlijnen beoordeeld.