ECLI:NL:GHAMS:2007:BC1158
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P.A. Boersma
- D.B. Bijl
- M.J. Hamer
- Rechtspraak.nl
Samenhang levensverzekeringsovereenkomsten voor inkomstenbelasting 1999
Belanghebbende sloot op 15 mei 1986 twee levensverzekeringsovereenkomsten met verzekeringsmaatschappij NN, met polisnummers 29 en 30. Polis 29 betrof een koopsom van ƒ180.000 met jaarlijkse uitkeringen tot overlijden, en polis 30 een jaarlijkse premie van ƒ12.564 met een uitkering in 1999. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op omdat hij de uitkering in 1999 uit polis 30 als belastbaar inkomen rekende.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de twee overeenkomsten economisch gezien één geheel vormen en daarom samen in aanmerking moeten worden genomen voor de belastingheffing. Het hof bevestigt dit oordeel, ondanks verschillen in looptijd en het feit dat uitkeringen en premies niet door de verzekeraar zijn verrekend.
Het hof benadrukt dat de overgangsregeling van artikel 75 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964 niet van toepassing is, waardoor de inspecteur de navorderingsaanslag terecht heeft opgelegd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag bevestigd.