ECLI:NL:GHAMS:2007:BC4149
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- R.H. Happé
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak inzake fout in navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1999
In deze zaak heeft de inspecteur een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd over het jaar 1999, waarbij het belastbaar inkomen te laag werd vastgesteld door het niet meenemen van twee loonbestanddelen van onderwijsinstellingen. Belanghebbende, een leraar/docent die tevens postzegelveilingen organiseert, had vijf werkgevers opgegeven, maar het aangiftebiljet bood slechts ruimte voor drie, waardoor twee werkgevers via een bijlage werden vermeld.
Tijdens de aanslagregeling werden alleen de drie werkgevers uit het aangiftebiljet in het InkomstenBelastingSysteem (IBS) ingetoetst, waardoor de inkomsten van de twee overige instellingen niet werden meegenomen. De rechtbank oordeelde dat dit een gevolg was van een verwijtbaar onjuist inzicht van de inspecteur en niet van een vergissing die leidde tot een discrepantie tussen wat de inspecteur wilde en wat in het aanslagbiljet stond. De inspecteur stelde in hoger beroep dat wel degelijk alle elementen waren beoordeeld, maar het hof vond aannemelijk dat een administratieve medewerker de fout maakte bij het intoetsen en dat de aanslagregelaar alleen de zelfstandigenaftrek beoordeelde.
Het hof bevestigde dat belanghebbende niet te kwader trouw was en dat de ingediende aangifte, afgezien van de rubricering, juist was. De fout lag bij de Belastingdienst en niet bij belanghebbende. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank dat de aanslag te laag was vastgesteld door een verwijtbare fout van de inspecteur en wees het hoger beroep van de inspecteur af. Tevens werd belanghebbende proceskostenvergoeding toegekend voor de zitting in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de aanslag te laag is vastgesteld door een administratieve fout en wijst het hoger beroep van de inspecteur af.