ECLI:NL:GHAMS:2007:BD2326
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.J.M. Smit
- C.G. Kleene-Eijk
- M. Gonggrijp-Van Mourik
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie bij niet verwijtbare werkloosheid en draagkrachtbepaling
Partijen zijn in 1972 gehuwd en in 1996 gescheiden. In het echtscheidingsconvenant is afgesproken dat de man partneralimentatie betaalt aan de vrouw, met wettelijke indexering. De man is in 2006 ontslagen vanwege een reorganisatie, wat niet aan hem te wijten is, en ontvangt sindsdien een WW-uitkering en een inkomen uit zijn onderneming.
De vrouw betwist dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden en stelt dat de man verwijtbaar werkloos is, waardoor zijn inkomensverlies niet in aanmerking zou moeten worden genomen. Het hof oordeelt echter dat het ontslag een wijziging van omstandigheden vormt en dat de man niet verwijtbaar werkloos is geraakt. Zijn ontslagvergoeding en vermogen worden niet bij zijn draagkracht betrokken.
Het hof houdt rekening met de woonlasten, levensverzekeringspremie en zorgverzekeringspremie van de man, en bepaalt dat hij een draagkracht heeft om €3.500 bruto per maand te verdienen. Gezien de behoefte van de vrouw en de draagkracht van de man wordt de alimentatie vastgesteld op €800 per maand met ingang van 7 maart 2007. Het hof wijst het verzoek van de vrouw om een hogere alimentatie af en bepaalt dat reeds betaalde bedragen niet hoeven te worden teruggevorderd.
Uitkomst: De man moet vanaf 7 maart 2007 een partneralimentatie van €800 per maand aan de vrouw betalen.