ECLI:NL:GHAMS:2007:BO4970
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.J.M Smit
- M.E. van Zandwijk-Hillebrands
- G.J. Driessen-Poortvliet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering gebruiksrecht woning en rentevergoeding bij verdeling nalatenschap
In deze civiele zaak stond de waardering centraal van het recht van gebruik en bewoning van een woning die was gelegateerd aan de geïntimeerde binnen een nalatenschap. Partijen waren het eens over een taxatiewaarde van €290.000,- vrij van huur en bewoning, maar verschilden van mening over de waardedrukkende factor van het gebruiksrecht. Het hof onderzocht drie waarderingsmethoden en koos voor de methode gebaseerd op de waarderingsvoorschriften van de Wet IB 2001, vanwege een passend rendementsverlies van 4%.
Het hof hield rekening met een metterwoonclausule die een korting van 25% op de waardering rechtvaardigde en verwierp een aanvullende korting wegens de gezondheidstoestand van de geïntimeerde. Tevens oordeelde het hof dat de geïntimeerde een rentevergoeding verschuldigd is aan de appellanten wegens het uitblijven van de afrekening, waarbij wettelijke rente vanaf de peildatum van 27 september 2001 wordt toegekend.
Verder vernietigde het hof delen van het vonnis van de rechtbank, waaronder een onterechte vermindering van het te betalen bedrag wegens roerende zaken en een afwijzing van een vordering over een 'opa stoel'. Het hof veroordeelde de geïntimeerde tot betaling van €116.055,- vermeerderd met wettelijke rente, verklaarde dit arrest uitvoerbaar bij voorraad en compenseerde de proceskosten zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Geïntimeerde is veroordeeld tot betaling van €116.055,- met wettelijke rente vanaf 27 september 2001.