ECLI:NL:GHAMS:2008:BC5089
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- D.B. Bijl
- E.M. Vrouwenvelder
- W.P. Otto
- Rechtspraak.nl
Geen winstbeoogde exploitatie ijscentrum voor omzetbelastingvrijstelling
Belanghebbende, behorende tot een fiscale eenheid, betwistte een naheffingsaanslag omzetbelasting over de exploitatie van een ijscentrum. De kern van het geschil was of met de exploitatie winst werd beoogd in de zin van artikel 11, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de omzetbelasting 1968.
De inspecteur erkende dat er geen exploitatieoverschotten waren die als winst konden worden aangemerkt, maar stelde dat een hypothetische mogelijkheid tot winst en de rechtsvorm van de exploitant (een besloten vennootschap) voldoende waren om de naheffingsaanslag te handhaven. Belanghebbende voerde aan dat door subsidies en uitstel van onderhoud de exploitatie zonder winstbeoogd karakter was en dat ook in de toekomst geen winst te verwachten was.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende aannemelijk had gemaakt dat geen winst werd beoogd en dat het verlangen om winst te maken niet als een reëel oogmerk kon worden beschouwd. De rechtsvorm was niet doorslaggevend voor de beoordeling. Het Hof vernietigde de eerdere uitspraken, verminderde de naheffingsaanslag tot €1.584, en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt verminderd tot €1.584 en de inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.