ECLI:NL:GHAMS:2008:BC9395
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op aftrek omzetbelasting renovatie landhuis wegens privégebruik
Belanghebbende, een besloten vennootschap, vorderde aftrek van omzetbelasting (voorbelasting) die zij had betaald over renovatiewerkzaamheden aan een landhuis. Zij stelde dat zij en haar aandeelhouders het landhuis economisch zouden exploiteren, onder meer via verhuur aan een verbonden vennootschap die seminars organiseerde. De inspecteur betwistte dit en stelde dat het landhuis uitsluitend voor privédoeleinden van het gezin werd gebruikt.
Het Hof stelde vast dat het landhuis werd gebruikt als woonhuis, zoals ook blijkt uit de notariële akte, bouwvergunningen en een taxatierapport. De huurovereenkomst met de verbonden vennootschap werd door het Hof als niet-reëel beoordeeld, mede omdat de verhuuractiviteiten zeer beperkt en incidenteel waren en geen zelfstandige economische exploitatie vormden.
De rechtbank en het Hof concludeerden dat het landhuis geen economische activiteiten verrichtte en dat de renovatiewerkzaamheden een privékarakter hadden. Ook het beroep op een uitzondering voor verhuur van afzonderlijke zakelijke ruimten faalde omdat het landhuis geheel als woning werd gebruikt en geen afgescheiden seminarruimten aanwezig waren.
Het hoger beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak bevestigt dat voor aftrek van voorbelasting op renovatie de economische exploitatie van het pand doorslaggevend is.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt gehandhaafd omdat het landhuis uitsluitend voor privégebruik wordt gebruikt.